Vanmorgen vertrokken naar Bangouya met onze meca als chauffeur en een zoon van een nicht van Billy om ons de weg te wijzen.
De laatste zou ons naar zijn oma brengen, een halfzus van Billy genaamd Rabi, die in Kagnifelin woont.
Ondanks het feit dat het maar 45 km. was, weliswaar bergen en dalen, deden we er met koffiestop 2 uur over omdat de weg een verschrikking was. Een zogeheten geschraapte weg met uitstekende rotsstukken en ribbels (5 cm hoog 10 cm afstand van elkaar) waar je helemaal daas van wordt. Ik wed dat als je 5 minuten met een metaaldetector boven de weg gaat zoeken je binnen 5 minuten een kilo schroeven of auto onderdelen hebt gevonden. Alles rammelt los ook je botten.
Na Bangouya namen we de afslag naar Katia, een ongeplaveide landweg die een verademing was na de "snelweg". Om in Kagnifelin te komen moesten we nog 15 minuten te voet. Heuvellandschap waar de familie rijst, pinda's, fonio en maniok verbouwt. In het midden ervan op ruime afstand van elkaar de hutten en een huis, een gehucht zonder winkel of wat dan ook maar, heel rustig. De koeien die ze bezitten worden letterlijk en figuurlijk het bos ingestuurd en komen na enige maanden vanzelf weer naar huis.
Het welkom was overweldigend, de halfzuster, haar kinderen en kleinkinderen. Ook woont er een dochter van een zus van Billy's moeder met haar gezin. Deze nicht, jonger
dan Billy wist te vertellen waar en hoe Billy op driejarige leeftijd aan het litteken boven z'n oog kwam.
Dat was gebeurd op de plek waar we nu waren. Iemand was mango's aan het "plukken" door met een speer in de boom te gooien en op een fout moment trof de speer Billy's voorhoofd, Billy schreeuwde alles bij elkaar en z'n moeder viel flauw. Het was een grote diepe wond die door Billy's oma met verse peper werd ingesmeerd aangezien je in de middle of nowhere geen medische hulp hebt moet je wel drastisch optreden.
De hamvraag voor Billy was die dag: Wie waren mijn grootouders?
Een vraag die in het volgende bericht beantwoord wordt.
De laatste zou ons naar zijn oma brengen, een halfzus van Billy genaamd Rabi, die in Kagnifelin woont.
Ondanks het feit dat het maar 45 km. was, weliswaar bergen en dalen, deden we er met koffiestop 2 uur over omdat de weg een verschrikking was. Een zogeheten geschraapte weg met uitstekende rotsstukken en ribbels (5 cm hoog 10 cm afstand van elkaar) waar je helemaal daas van wordt. Ik wed dat als je 5 minuten met een metaaldetector boven de weg gaat zoeken je binnen 5 minuten een kilo schroeven of auto onderdelen hebt gevonden. Alles rammelt los ook je botten.
Na Bangouya namen we de afslag naar Katia, een ongeplaveide landweg die een verademing was na de "snelweg". Om in Kagnifelin te komen moesten we nog 15 minuten te voet. Heuvellandschap waar de familie rijst, pinda's, fonio en maniok verbouwt. In het midden ervan op ruime afstand van elkaar de hutten en een huis, een gehucht zonder winkel of wat dan ook maar, heel rustig. De koeien die ze bezitten worden letterlijk en figuurlijk het bos ingestuurd en komen na enige maanden vanzelf weer naar huis.
Het welkom was overweldigend, de halfzuster, haar kinderen en kleinkinderen. Ook woont er een dochter van een zus van Billy's moeder met haar gezin. Deze nicht, jonger
dan Billy wist te vertellen waar en hoe Billy op driejarige leeftijd aan het litteken boven z'n oog kwam.
Dat was gebeurd op de plek waar we nu waren. Iemand was mango's aan het "plukken" door met een speer in de boom te gooien en op een fout moment trof de speer Billy's voorhoofd, Billy schreeuwde alles bij elkaar en z'n moeder viel flauw. Het was een grote diepe wond die door Billy's oma met verse peper werd ingesmeerd aangezien je in de middle of nowhere geen medische hulp hebt moet je wel drastisch optreden.
De hamvraag voor Billy was die dag: Wie waren mijn grootouders?
Een vraag die in het volgende bericht beantwoord wordt.