Zo zien de mierennesten eruit op de plantage, etages met een overkapping, mini-pagodes, ze variëren in hoogte van 10 tot 50 cm, 't zijn echte kunstwerken.
De uitgegraven wortels zijn omgekeerd neergezet en zien eruit als aliens.
Het zijn mijn Mami Watta's. Ze bewaken onze plantage. Ik heb de werkers het concept 'museum' proberen uit te leggen dat veroorzaakte het nodige gegrinnik. Geen wonder als je de hele dag in de grond loopt te krabben en je grootste zorg is: hoe geef ik mijn familie te eten. Het leven hier is zo basaal. Hier kun je de Roos van Leary terugbrengen tot de twee basisassen, er is hier op het platteland geen ruimte voor variatie.
Omdat het precies een maand geleden is haak ik maar in op het laatste blog. We zijn naar het feestje van het Consulaat geweest. We vonden het belangrijk contact te maken met Nederlanders in Guinée. Dat er 's ochtends een aanslag was gepleegd op de Koningin was wel heel vreemd, ik dacht dat Guinée onveilig was, zo zie je maar weer, het leven is gewoon een "alles is anders show". Wie wil er nou dat gezellige Koningshuis om zeep helpen?
Het oudere Consul honoraire echtpaar was zeer aardig, mevrouw was Italiaanse en kon niet goed tegen het Guineese klimaat maar was toch haar echtgenoot gevolgd en de ietwat onhandige Consul honoraire zelf gaf een onverstaanbaar speechje in slecht Frans en z'n Nederlands was niet te verstaan.
Niets dan lof voor de verrukkelijk uitziende amuse-gueules waarvan ik niets at omdat overal beestenvlees inzat. Van de aan het eind geserveerde soesjes en heerlijke zoete hapjes heb ik genoten. Van ingewijden hoorde ik dat er in Conakry een geweldige Franse banketbakker zit. Het was niet druk. De reden was dat veel Nederlanders niet voor een twee uur durende receptie helemaal naar Conakry willen reizen omdat reizen in dit land nog steeds gevaarlijk is (slechte chauffeurs, slechte wegen). Bovendien zijn er nog steeds barrages van politie en leger die je lastigvallen in de hoop wat geld te krijgen. Fijne mensen ontmoet die hier al lang wonen. Geen spijt dat we gegaan zijn. Eén vrouw noemde zichzelf bouwvakker, ze bouwt als aanneemster al 14 jaar huizen in de Fouta Djallon (het koelere en hoger gelegen gedeelte van Guinée) voor Guineërs die in het buitenland wonen, ze spreekt vloeiend pular. Er was ook een heel spontane Nederlandse die al 8 jaar woont en werkt in Guinée, waarvan de laatste jaren in Kindia, die zullen we ongetwijfeld nog weer zien. Beide vrouwen zijn getrouwd met Guinéens, Peuhls.
De volgende dag vroeg terug naar Kindia.
Eenmaal op de plantage hebben we het besluit genomen dat we met de helft van de 38 werkers door wilden gaan en hebben we i.p.v. de 3 chefs, één chef ervan aangesteld om te kiezen wie hij in zijn team wilde. Ondanks het grote aantal werkers schoot het werk nl. niet echt op. We hadden blindelings vertrouwd in de eerlijkheid van iedereen en aangezien we dagelijks maar een paar uur zelf aanwezig waren werd er blijkbaar flink gesjoemeld. Het vervelende was dat niemand elkaar wilde beschuldigen. Veel mensen waren familie van elkaar en familie stoot je het brood niet uit de mond. Bovendien zaten er een paar eigenwijze druiven bij die net het omgekeerde deden van wat wij wilden (bomen kappen die we wilden houden bijv.) Er waren er die gewoon liepen te lanterfanten zelfs als wij er bijwaren. Bovendien zaten er een paar saboteurs in de groep.
Die ochtend heb ik even heel hard geschreeuwd (Billy verdenkt me er nu van koloniaal bloed in de aderen te hebben), ongetwijfeld dachten ze dat ik gek was geworden. Ik voerde nl. ook toneelstukjes op over wat ik ze had zien doen, want als ik ze in het Frans aansprak verstonden ze me ineens niet..... Ik had ze al wel gemoraliseerd over eerlijkheid en het feit dat ze bij ons drie keer meer verdienden dan bij een ander maar dat had kennelijk geen indruk gemaakt. Dan maar harde maatregelen en de helft ontslaan. We besloten te reorganiseren en 15 jongens, waarvan we er zelf drie uitkozen, te houden. Een dag later kwam onze nieuwe chef met 5 vrijwilligers uit zijn dorp, die we niet hoefden te betalen. Het was nl. in de hele omgeving bekend dat we goed betaalden en dat had als effect dat de dorpsoudsten de jongens erop wezen dat het stom was om niet mee te werken, omdat ons project blijvend voor werk kon zorgen als het zou slagen. We hebben de vijf op de loonlijst gezet omdat ze serieus mee wilden werken.
Het gevolg was dat we met 25 man beter opschoten dan de eerste twee weken met 38 man. Bovendien had het als effect dat we die 25 man langer konden laten doorgaan met werken omdat er minder mensen op de loonlijst stonden. In eerste instantie dachten we nl. in drie weken klaar te zijn met het bewerken van de grond, dat hadden de werkers zelf gezegd, maar dat was niet realistisch omdat een deel van het land ontworteld moest worden en wortels in dit deel van de wereld groot zijn en diep zitten. Ook zijn de houtsoorten keihard en moeilijk te kappen. Dus om de grond twee meter rond het plantgat van de palm wortelvrij te maken was een hele klus. (en dat voor 518 gaten!)
Later hoorden we dat de meeste van onze werkers het financieel heel slecht hadden en dat we eigenlijk een soort antwoord waren op hun gebeden. Dat klinkt misschien raar, maar doordat wij ze goed betaalden (driemaal het gangbare dagloon) waren ze weer even uit de brand. Vandaar dat de dorpsoudsten zich er ook mee gingen bemoeien en vonden dat ze hun kansen niet moesten verspelen omdat uiteindelijk iedereen in het dorp er profijt van had.
Inmiddels zijn Billy en ik geheel op de hoogte van alle kennis betreffende het planten van dwergpalmen. Dat beppe guerto (kippenmest) het beste is voor de palmen, maar niet voor de mat achterin de auto waarmee onze druiloor van een chauffeur 7 kapotte zakken vervoerde, alles onder de kippenstront, yuk... De laatste weken leek het of we in een mobiel kippenhok rondreden. Toen de mat, die vastgeschroefd zat, op een verloren moment maar uitgeschrobd met zeep, een borstel en veel Kilissiwater. Het is nu te harden gelukkig. De chauffeur die we de laatste weken hadden was in dienst van Billy's zieke zuster, die had geen werk op dat moment omdat ze het ziekenhuis in en uit ging. De zuster had ons al gezegd dat het een bèppiri (drol) van een chauffeur was en dat bleek ook wel. Als hij ergens wilde parkeren in de bomvolle drukke stad, dan reed hij altijd in op mensen omdat hij vond dat ze maar aan de kant moesten springen. Na honderd keer waarschuwen dat niet te doen, heb ik toen gezegd dat ie de volgende keer een bekeuring van mij zou krijgen en dat ik geld op zijn loon zou inhouden als ie het weer flikte, dat hielp. Ook liet hij onze werkers klusjes voor hem opknappen, (alsof ze bij hem in dienst waren!) waarna ik hem publiekelijk in z'n hemd heb gezet.
Billy en ik commanderen onze werkers niet, laat staan dat zo'n flutchauffeur denkt dat ie dat wel kan doen. Afkappen dat gedrag. Hij identificeerde zich net iets teveel met de eigenaar van de Galloper.
Had ik al gemeld dat we een wereld deal hebben gehad met die auto? Bij dezen dan. Een geweldige kar voor in Guinée. Hij is wel hier en daar geschraapt door onze geweldige chauffeur, maar de auto rijdt als de beste en het benzinegebruik valt ontzettend mee.
Op internet had ik gelezen dat dat 1 op 7 zou zijn, nou het is 700 met een volle tank, dus iets meer dan 1 op 11. Geweldig toch, terwijl we in stankgebieden lekker de airco aandoen. Wat een luxe leven. Er zijn wel wat reparaties geweest maar die kosten hier nooit meer dan een paar euro. Wat dat betreft zou je hier een oude barrel heen kunnen sturen en volledig laten opknappen voor 3x niks, ware het niet dat de invoer zo'n heisa is.
Volgende keer meer
Chantier Hollande, zo noemden de arbeiders onze plantage. Dat er werk aan de winkel was is goed te zien.
Het terrein moest schoongemaakt voor het planten van de palmen en het zaaien van rijst tussen de palmen.