'De Pont de Dieu' in de buurt van
Dalaba.

De verkoper van medicinale kruiden op de markt in Bangouya met zijn stapel aan elkaar geknoopte plastic bolletjes. Ziet er heel bizar uit zo'n "kruidenbundeltje". De kruidenverkopers zijn in Guinée vaak Malinees.

We hebben een reisje gemaakt naar Konkouré, een heel grote rivier op ongeveer 70 km afstand hier vandaan. De tocht duurde 31/2 uur, de weg was verschrikkelijk, de maximum snelheid was 20 km. per uur......en dan moet je bij terugkomst de schroeven van je auto tellen. Je lichaam is ook min of meer murw gerammeld. Na autoritten hier heb ik de neiging netzo met m'n hoofd te schudden als de mensen in India doen.
De verkoper van medicinale kruiden op de markt in Bangouya met zijn stapel aan elkaar geknoopte plastic bolletjes. Ziet er heel bizar uit zo'n "kruidenbundeltje". De kruidenverkopers zijn in Guinée vaak Malinees.
De brug over de Konkouré is gebouwd door Billy's echte vader, die stierf toen Billy één week oud was. Wat rest zijn de anekdotes over zijn vader. Er zijn nogal wat doden gevallen bij de bouw van de brug. Hij is 145 meter lang, helemaal van metaal en is nog net zo stevig als vroeger.
Billy herinnert zich nog dat hij als kind heeft meegemaakt dat het water in de rivier zo hoog stond en zo woest stroomde, dat hij buiten zijn oevers trad en dat de krokodillen gewoon de huizen in het dorp binnenliepen. Het is een wonder dat het ijzeren hekwerk nog aan de brug zit, want zelfs de treinrails van de spoorwegen zijn als oud ijzer verkocht aan China door de zoon van de laatste dictator. De enige treinen die er in Guinée rijden vervoeren bauxiet-erts naar Conakry vanwaar het verscheept wordt.
Zaterdag 21 november zijn we naar Dalaba gereden. We vertrokken om half twaalf en waren tegen drieën in Mamou ( Kindia- Mamou= 135 km). Van Mamou naar Dalaba was het nog 52 km. om vier uur kwamen we aan. Na een kamer gereserveerd te hebben in wat vroeger een luxe hotel was: Hotel du Fouta, zijn we op zoek gegaan naar de "Pont de Dieu" oftewel de brug van God. De weg ernaar toe was heel stijl en amper begaanbaar.(op de terugweg ben ik zelfs uitgestapt omdat ik bang was dat de Galloper naar beneden zou vallen en dat wilde ik niet meemaken!) We zagen enorme bamboebossen en naaldbomen. Het was er fris en er stond een flinke wind.
Hotel du Fouta, dat ongelooflijk mooi is gelegen aan een vallei is een typisch geval van vergane glorie. De tafellampen in de kamers zijn iets voor 70/80er jaren retro-liefhebbers, ze lijken op de kappen van de Pipistrello van Gae Aulenti. Het hotel heeft geen airco maar aangezien er in Dalaba geen muggen zijn, de temperatuur aangenaam was en er een stevige bries stond, misten we die niet. De boiler in de luxe badkamer deed het niet en 's-ochtends werd op verzoek een emmer heet water gebracht met excuses voor het ongemak. Eerlijk gezegd vind ik het plensen met een emmer lauw water heerlijk, fijner dan douchen zelfs.
Zondag zijn we bij het huis van wijlen Miriam Makeba wezen kijken wat ook in Dalaba ligt. Ze was getrouwd met een vriend van ons: Bageot, hij heeft een reisagentschap in Conakry. Een rond huis met een mooi uitzicht op de omgeving van Dalaba, maar wel zwaar verwaarloosd.
Verder hebben we het huis van de Franse Gouverneur, een historisch monument uit 1936 bekeken. Op het terrein staat ook de 'Palaberhut' daar kwamen in de koloniale tijd de hoofden van de diverse regio's bijeen voor bestuurlijke zaken. Unesco heeft een tijd geleden een nieuw dak gefinancierd. Ze hebben er toen golfplaten op gezet, geen gezicht en dat was waarschijnlijk ook niet de bedoeling. Binnen zie je nog restanten van prachtig houtsnijwerk. Er stonden gigantische sisalplanten met bloemstengels van wel 5 meter hoogte in de tuin. Het deed me denken aan de sf-roman "The day of the triffids". Ik mocht er stekken van meenemen. ( die inmiddels bij ons op de plantage verder groeien). Eén van de bewakers liet ons het Gouverneurshuis van binnen zien. Het bed was gemaakt van beton en ook tafels en banken waren van beton. Indertijd moeten ze ook al gedacht hebben dat die in ieder geval niet meegenomen konden worden. Alles was dringend aan restauratie toe, maar daar is geen geld voor.
Op de terugweg zagen we net buiten Dalaba kerststerren zoals ze bij ons als potplant verkocht worden, alleen deze waren zeker 3 meter hoog!!
Wat ik heel bizar vond is dat mensen hun rijst, palmolienoten en stukjes maniok op de rand van de snelweg te drogen leggen. Vaak zag je een 50 cm brede, paar meter lange kleurige rand langs de wegkant op het asfalt.
Billy op de brug over de Konkouré, de enige tastbare herinnering aan zijn vader. Aan zijn broek is te zien wat reizen op rode onverharde wegen met je kleding doet.(als hij dat ontdekt moet ik de foto's weghalen vermoedelijk!) !!! Aanvulling in 2022: De brug en het hele landschap op de achtergrond is nu onder water verdwenen. Er is een dam geplaatst en het hele gebied een meer geworden.....!!!