Allereerst ga ik proberen de reeds geschreven stukjes met foto's te 'verlugtigen'.
Daarna heb ik nog meer info, daar ik de laatste weken in Guinée niet meer op internet kon.
Aanvulling geschreven op 11-1-2010:
Ik heb nergens in het blog gemeld heb dat er op 3 december een aanslag is gepleegd op President Dadis Camara. Hij is door zijn "aide de camp"en vriend door het hoofd en in zijn hals geschoten. Dadis Camara draagt altijd een kogelvrijvest. De reden van het neerschieten was, dat Dadis hem tegenover de internationale onderzoekscommissie van de VN ervan beschuldigde verantwoordelijk te zijn geweest voor het bloedbad in het stadion op 28 september.
Hierop kwam de man in actie en schoot Dadis in hoofd en hals. Het verhaal gaat dat er bij de daarop volgende schietpartij 150 militairen om het leven zijn gekomen en dat er nu soldaten van Peulh afkomst opgepakt worden. De schietpartij vond plaats in het legerkamp Camp Alpha Yaya. De dader heeft eerst een aantal soldaten die gevangen zaten wegens drugshandel vrijgelaten. De laatste jaren was Conakry een doorvoerhaven voor Columbiaanse drugsbaronnen. De zoon van de vorige president (Conté) faciliteerde de drugssmokkel via Guinée.
President Dadis is na een paar dagen met het presidentieële vliegtuig van Compaoré (President van Burkina Faso) overgebracht naar Marokko om geopereerd te worden. Sindsdien wordt er geen nieuws meer gegeven over zijn toestand. Tot vandaag (11-01-2010) blijft onduidelijk hoe zijn toestand is. Op internet circuleert wel een foto van hem in een ziekenhuisbed aan het infuus, gekleed in een witte dwangbuis.
Aangezien de dader voortvluchtig is, samen met een groep gelijkgezinden, zijn er momenteel overal roadblocks. Om de 15 km wordt iedereen aangehouden en worden je papieren gecontroleerd. Bovendien verwachten de soldaten en de gendarmes geld. Billy en ik hebben daar moeite mee. We weigeren aan deze corruptie mee te doen. Toen we op de terugreis bij een van de 8 controlepunten te maken kregen met dronken soldaten met mitrailleurs hebben we na lang weifelen toch maar wat geld gegeven. Het leek ons toen verstandiger om even geen principes meer te hebben. Een halve euro is je leven toch wel waard....
Ik heb indertijd dit soort feiten niet op het blog willen zetten omdat ik me voor kan stellen dat de familie zich zorgen gaat maken. We hebben een periode gehad dat we met een slagersmes op het nachtkastje sliepen, dat wel...We belden zo vaak mogelijk mijn ouders zodat ze zich geen zorgen zouden maken. Ook hebben we uitgezocht wat voor ons de beste vluchtroute zou zijn. Dat alles op aanraden van de Franse en Nederlandse medewerkers van organisaties die al vaker dit soort spanningen hadden meegemaakt. Zo meden we ook zo mogelijk het stadscentrum. Winkeliers deden hun winkels niet meer open uit angst voor plunderingen. Kindia heeft geen uitgebreid wegennet dus je kon niet alles vermijden. Ook het tanken was soms heikel omdat het op de schaarse benzinestations wemelde van de soldaten. Ook was er soms dagenlang geen benzine. Dat was heel vervelnd want in dit soort situaties wil je een volle tank ingeval je zou moeten vluchten.De meeste buitenlanders waren al vertrokken na het bloedbad van 28 sept. op aanraden van Buitenlandse Zaken. Het Nederlandse consulaat in Dakar belde continu met de boodschap dat de Nederlanders het land uit moesten. De Franse Ambassade zou volgens de Nederlandse Ambassade in geval van nood een evacuatie organiseren. Bij navraag bleek dat onjuist.
Ik heb daar later met de Ambassade een hele correspondentie over gevoerd omdat bleek dat we nergens geregistreerd waren terwijl toch al onze gegevens en copieën van onze paspoorten verstuurd zijn naar Dakar.
Bij terugkomst hoorden we dat mijn ouders en mijn zus gebeld waren over ons verblijf in Guinée, wat voor hen de nodige verwarring stichtte, die snapten er geen bal van, ook al niet omdat ze niet op de hoogte waren van de penibele toestand. En wie er gebeld had was ook niet duidelijk.
Van M. die voor de Belgische NGO Trias werkt in Kindia en die op dat moment in België was hoorden we dat ook zij gebeld was door Buitenlandse Zaken, haar Guineese echtgenoot was wel in Guinée, daar hadden wij dagelijks contact mee.
In het leger heerste tweedracht en de geruchten gingen dat het conflict ieder moment kon escaleren in een strijd om de macht. Het was heel spannend, vooral als het een stikdonkere nacht was en je hoorde schieten. We woonden niet ver van de kazerne in Kindia. Maar ja, wij wilden eerst onze rijstoogst binnenhalen. Gelukkig is het goed afgelopen.
Hadden we boter op ons hoofd?