Vanaf de grote weg reden we naar Mangadaka (het gehucht van de koningen). Daar zag Billy een boom die hij niet kende en hij ging de naam vragen. Ze noemden hem Pomme. Het bleek een Carambola boom (stervrucht) te zijn die in het Frans ook wel Pomme de Goa genoemd wordt.
De boom heeft mooie paars/rode bloemtrossen en de vruchten zie je bijna niet zitten. De al wat oudere man aan wie Billy het vroeg klom meteen in de boom om ons de vruchten te laten zien, dat vonden we wel wat link maar wat kun je doen? De geplukte vruchten waren nog groen. Hij vertelde dat de vruchten voortijdig afvallen omdat er door insecten in geprikt wordt.
Vervolgens gingen we langs enorme ananasvelden door naar Kimbisi. Het was een aaneeenschakeling van bas-fonds geflankeerd door een hoge bergketen. Een heel gevarieerd landschap waaraan je kon zien dat het al heel lang als Landbouwgebied in gebruik is. Veel grote oude mangobomen ook en veel bananen.
We reden door naar Tembaya om zo de bergketen te vermijden. Volgens Paparappi woonden daar tovenaars, daar moest je niet uitstappen en zeker niet iemand een hand geven. Aangezien er een enorme baobab stond met een liaan met de omvang van een volwassen persoon die recht naar boven ging naar de kruin van de baobab.
We zijn van plan om deze trip nog een keer omgekeerd te maken.
Op een paar serieuze hindernissen na was de weg goed. Dan kan ik wat meer foto's maken.