Vanmorgen was het weer zover, wegafsluitingen omdat de President ergens heen moest.
Dat gebeurt hier aan de lopende band ook als een minister ergens heen gaat. Heel vaak rijden er ook legerauto's met een rotgang door het verkeer, alle regels aan hun laarzen lappend, ze rijden hier gewoon als idioten als spookrijder op de snelweg, alsof het land in oorlog is...
Nadat we er anderhalf uur over gedaan hadden kwamen we bij Brussels Airlines aan.
Toen op naar Le Damier voor koffie met gebak en voor Billy een croissant (wow). Daar kwam m'n humeur weer een beetje van bij.
Vorige week hadden we op een strandje aan de Corniche mooie schelpen gevonden en daar zijn we nogmaals wezen rapen. Het vreemde was dat we in Bel Air heel erg weinig schelpen vonden en dan ook nog heel gewone die je ook in Nederland kunt vinden. Daar lag wel heel veel schelpengruis waarvan ik in een vorig blog al meldde dat dat door de dorpelingen van het strand geschept werd en verkocht als toevoeging aan kippenvoer.
De vrouwen met manden schelpengruis.
Stapels schelpengruis overal langs de kustlijn. Bij het hotel waren er tientallen die met vrachtwagens werden weggehaald.
Inmiddels was het tijd om te eten en aangezien de Jardin de Guinée op de route lag hebben we daar een salade gegeten.
We kregen een telefoontje dat iemand een ontmoeting had georganiseerd met mensen uit Maci die meer zouden kunnen weten van Billy's familie. Dat werd een interessante ontmoeting omdat we vermoedelijk bij een neef van Billy op bezoek waren, Abdoulaye Bah, een arts. Hij woont in Dixinn in "Macia". Het zou kunnen dat zijn overleden moeder een zuster was van Billy's vader.
We komen er nog op terug omdat we zeker willen zijn. Abdoulaye gaat verder onderzoeken of een nog levende oom, ook een ancien combattant, die gevochten heeft voor Frankrijk in Indo-China en in Algerije en die in dezelfde regio woont waar Billy's vader ook woonde, meer weet van Billy's vader.
Op de terugweg nog even door de modderstegen en afvalhopen naar Bintou geploegd.
Het had even flink geregend terwijl we bij Abdoulaye op bezoek waren.
Afval op straat, dit ziet er nog best appetijtelijk uit.
Letterlijk en figuurlijk choleraweer, het afval ligt stinkend op enorme hopen en in enorme modderplassen in de straten. In the middle of it: moeders die kleine kinderen staan te wassen, vrouwen die op hun paasbest bij de kapsters aan de straatkant zitten, jongemannen die in dure stretchkleding door alles heen joggen.... een vreemd gezicht, alles door elkaar en alles contrasterend, omgeven door donkere modderpoelen.
Een drukke plakkerige dag met een hete zon afgewisseld met bewolking.
Guinée een land met enorme contrasten op iedere vierkante centimeter, dat maakt het denk ik bijzonder maar voor mij ook onbegrijpelijk
Dat gebeurt hier aan de lopende band ook als een minister ergens heen gaat. Heel vaak rijden er ook legerauto's met een rotgang door het verkeer, alle regels aan hun laarzen lappend, ze rijden hier gewoon als idioten als spookrijder op de snelweg, alsof het land in oorlog is...
Nadat we er anderhalf uur over gedaan hadden kwamen we bij Brussels Airlines aan.
Toen op naar Le Damier voor koffie met gebak en voor Billy een croissant (wow). Daar kwam m'n humeur weer een beetje van bij.
Vorige week hadden we op een strandje aan de Corniche mooie schelpen gevonden en daar zijn we nogmaals wezen rapen. Het vreemde was dat we in Bel Air heel erg weinig schelpen vonden en dan ook nog heel gewone die je ook in Nederland kunt vinden. Daar lag wel heel veel schelpengruis waarvan ik in een vorig blog al meldde dat dat door de dorpelingen van het strand geschept werd en verkocht als toevoeging aan kippenvoer.
De vrouwen met manden schelpengruis.
Stapels schelpengruis overal langs de kustlijn. Bij het hotel waren er tientallen die met vrachtwagens werden weggehaald.
Inmiddels was het tijd om te eten en aangezien de Jardin de Guinée op de route lag hebben we daar een salade gegeten.
We kregen een telefoontje dat iemand een ontmoeting had georganiseerd met mensen uit Maci die meer zouden kunnen weten van Billy's familie. Dat werd een interessante ontmoeting omdat we vermoedelijk bij een neef van Billy op bezoek waren, Abdoulaye Bah, een arts. Hij woont in Dixinn in "Macia". Het zou kunnen dat zijn overleden moeder een zuster was van Billy's vader.
We komen er nog op terug omdat we zeker willen zijn. Abdoulaye gaat verder onderzoeken of een nog levende oom, ook een ancien combattant, die gevochten heeft voor Frankrijk in Indo-China en in Algerije en die in dezelfde regio woont waar Billy's vader ook woonde, meer weet van Billy's vader.
Op de terugweg nog even door de modderstegen en afvalhopen naar Bintou geploegd.
Het had even flink geregend terwijl we bij Abdoulaye op bezoek waren.
Afval op straat, dit ziet er nog best appetijtelijk uit.
Letterlijk en figuurlijk choleraweer, het afval ligt stinkend op enorme hopen en in enorme modderplassen in de straten. In the middle of it: moeders die kleine kinderen staan te wassen, vrouwen die op hun paasbest bij de kapsters aan de straatkant zitten, jongemannen die in dure stretchkleding door alles heen joggen.... een vreemd gezicht, alles door elkaar en alles contrasterend, omgeven door donkere modderpoelen.
Een drukke plakkerige dag met een hete zon afgewisseld met bewolking.
Guinée een land met enorme contrasten op iedere vierkante centimeter, dat maakt het denk ik bijzonder maar voor mij ook onbegrijpelijk